Forfaitair rendement en fictief rendement in box 3: het verschil
In de Nederlandse inkomstenbelasting is forfaitair rendement sinds 2017 de officiële term voor het vaste percentage waarover je in box 3 belasting betaalt; vóór 2017 heette dit fictief rendement, een naam die de Belastingdienst voor de aangifte nog altijd door elkaar gebruikt met forfaitair rendement. Los daarvan bestaat er een heel ander fictief rendement van 5,5% voor aanmerkelijkbelanghouders in een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI), sinds 2017 automatisch gekoppeld aan het hoogste box 3-percentage. Voor 2026 bedraagt het gewone forfaitaire rendement op beleggingen 6,00%, in 2027 stijgt dat naar 6,37%; het heffingsvrije vermogen voor 2027 was bij het schrijven van dit artikel nog niet bekendgemaakt. Deze cijfers gelden alleen voor de Nederlandse belastingaangifte.
Gratis Chrome-extensie · je gegevens blijven in je eigen browser
ClearAnalyser is een Chrome-extensie voor je computer. Stuur jezelf de link en installeer hem straks achter je laptop.
Dit artikel legt begrippen en cijfers uit de Nederlandse box 3-belasting uit en is geen fiscaal advies. De regels en percentages hieronder gelden uitsluitend voor de Nederlandse inkomstenbelasting; woon of belast je elders, dan gelden andere regels. Controleer de actuele percentages en jouw persoonlijke situatie altijd bij de Belastingdienst of een belastingadviseur voordat je hierop beslissingen baseert.
Forfaitair rendement en fictief rendement: twee namen voor (bijna) hetzelfde
Tot en met 2016 kende box 3 één vast percentage: 4% fictief rendement over je hele vermogen boven de vrijstelling, ongeacht of je spaarde of belegde. Sinds de hervorming van 2017 wordt dit percentage per vermogenscategorie vastgesteld: banktegoeden, overige bezittingen (waaronder beleggingen) en schulden krijgen elk hun eigen percentage. Sinds die hervorming spreekt de wetgever officieel van forfaitair rendement in plaats van fictief rendement.
In de praktijk is dat onderscheid minder scherp dan het lijkt: de Belastingdienst gebruikt op zijn eigen site nog altijd vragen als “met welke percentages is het fictief rendement berekend” voor exact hetzelfde begrip. Verwarrend? Terecht — zelfs de Belastingdienst zelf mixt de termen door elkaar. Dat de fiscus de oude term jaren na de hervorming nog gebruikt, vinden wij op zijn minst verwarrend voor wie zijn aangifte probeert te begrijpen. Voor de gewone particuliere belegger zijn forfaitair rendement en fictief rendement dus in de praktijk synoniemen voor hetzelfde principe: niet je werkelijke rendement telt voor de belasting, maar een vooraf vastgesteld percentage. Hoe dat percentage vervolgens tot een belastingbedrag leidt, staat uitgewerkt in het artikel over box 3-belasting en beleggen, inclusief een rekenvoorbeeld.
De percentages voor 2026, en wat al bekend is over 2027
Voor het belastingjaar 2026 gelden de volgende, definitieve cijfers:
- Heffingsvrij vermogen: €59.357 per persoon (€118.714 voor fiscale partners samen).
- Forfaitair rendement overige bezittingen (aandelen, ETF’s, obligaties): 6,00%.
- Forfaitair rendement banktegoeden: voorlopig 1,44% (definitief pas begin 2027).
- Forfaitair rendement schulden: voorlopig 2,62% (eveneens definitief pas begin 2027).
- Belastingtarief: 36%.
Bij €150.000 aan beleggingen boven de vrijstelling levert 6,00% forfaitair rendement een verondersteld rendement van €9.000 op; daarover betaal je 36% belasting, oftewel €3.240 — ongeacht wat je werkelijk behaalde (hoe je dat werkelijke rendement berekent, lees je in DEGIRO rendement berekenen). Een veelgemaakte misvatting: een lager forfaitair percentage betekent niet automatisch minder belasting, want het heffingsvrije vermogen verandert vaak in dezelfde periode mee.
Voor 2027 ligt één cijfer al vast, omdat het wordt afgeleid uit rendementscijfers van twee jaar eerder: het forfaitaire rendement op overige bezittingen stijgt naar 6,37%. De percentages voor banktegoeden en schulden zijn gebaseerd op recentere rentecijfers en worden daardoor pas later definitief vastgesteld; FiscAlert noemt voorlopig een indicatie van circa 1,37% respectievelijk 2,7%. Het belastingtarief wordt algemeen verwacht ongewijzigd te blijven op 36%, al circuleren er voorstellen om dit te verlagen.
Het heffingsvrije vermogen voor 2027 was bij het schrijven van dit artikel (begin september 2026) nog niet gepubliceerd. Nog niet bekend dus. Wachten op Prinsjesdag. Dat bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd en maakt deel uit van het Belastingplan, dat het kabinet op Prinsjesdag presenteert: dit jaar op 15 september 2026, kort na de publicatie van dit artikel. Check voor het definitieve bedrag altijd de Belastingdienst zelf.
Zolang de “Wet werkelijk rendement box 3” nog niet is ingevoerd, blijft dit forfaitaire stelsel ook voor 2027 gewoon van kracht voor de Nederlandse aangifte. Pas vanaf 1 januari 2028 wordt (als de Eerste Kamer instemt) het daadwerkelijk behaalde rendement belast in plaats van een vast percentage.
De uitzondering: fictief rendement bij een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) sinds 2017
Er bestaat nog een heel ander “fictief rendement” dat losstaat van bovenstaande box 3-percentages, en dat specifiek voor 2017 een eigen wijziging kende. Dit fictief rendement geldt voor houders van een aanmerkelijk belang (doorgaans 5% of meer van de aandelen) in een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI): een beleggingsvehikel dat is vrijgesteld van vennootschapsbelasting en dat vermogende particulieren en dga’s soms gebruiken om vermogen vanuit box 3 onder te brengen in box 2.
Wanneer een VBI in een jaar geen of onvoldoende dividend uitkeert, rekent de Belastingdienst een fictief rendement toe over de intrinsieke waarde van de aandelen, als tegenwicht tegen het simpelweg uitstellen van dividend om belasting te ontlopen. Per 1 januari 2017 is dit percentage verhoogd van 4% naar 5,5%, en sindsdien automatisch gekoppeld aan het hoogste forfaitaire percentage dat in box 3 geldt voor overige bezittingen. Het percentage beweegt dus voortaan mee met de gewone box 3-tarieven hierboven. Dit fictieve rendement wordt vervolgens belast tegen het aanmerkelijkbelangtarief in box 2, niet tegen het box 3-tarief.
Deze regeling heeft niets te maken met een gewone beleggingsrekening bij een broker. Beleg je via zo’n rekening, dan val je onder het reguliere forfaitaire regime uit de vorige paragraaf, niet onder deze VBI-uitzondering, die alleen relevant is bij een aanmerkelijk belang in een vrijgestelde beleggingsinstelling zelf.
Wat dit betekent voor je aangifte als je bij DEGIRO belegt
Beleg je via DEGIRO, dan val je vrijwel zeker onder het gewone forfaitaire regime voor “overige bezittingen” hierboven, niet onder de VBI-uitzondering. Voor de precieze waarde die je in je Nederlandse aangifte moet invullen, inclusief een veelgemaakte fout met cashsaldo’s, zie DEGIRO-jaaroverzicht: welke gegevens heb je nodig voor je aangifte?. Voor de bronbelasting die al is ingehouden op ontvangen dividend voordat je aan de box 3-berekening toekomt, zie dividendbelasting op DEGIRO.
Hoe ClearAnalyser hierbij helpt
De rente-op-rente-simulator met box 3 in ClearAnalyser houdt rekening met de Nederlandse box 3-belastingdruk bij het doorrekenen van je toekomstige vermogensgroei, zodat je een realistischer beeld krijgt dan een simulatie die uitgaat van bruto rendement alleen. Welke andere tools rekening houden met Box 3, zie je in de vergelijking van DEGIRO portfolio trackers.
Bronnen: Met welke percentages is het fictief rendement berekend in mijn aangifte? — Belastingdienst · Box 3 2027: forfaitair rendement beleggingen omhoog — FiscAlert · Regeling VBI en de verhoging van het forfaitair rendement per 2017 — BVDV · Forfait box 3 voor beleggingen in 2027 weer hoger — Fiscaal Rendement · Wet werkelijk rendement box 3 (wetsvoorstel, Rijksoverheid)